Random stranger

‘Hé lieve schat, ik zag je voorbij lopen en ik dacht ik stap gewoon op je af. Ik bedoel jij kent mij niet, ik ken jou niet, so why not?’ Met een zwarte houtje-touwtjejas en blauwe All-Stars stond hij voor me. Overduidelijk student. ‘Waar moet je heen? Misschien kan ik een stukje met je meelopen?’ Vroeg hij grijnzend. Nadat ik even drie seconden verbaasd om me heen had gekeken of ik me wel terecht aangesproken voelde, herhaalde hij: ‘Dus? He? Wat denk je? Nou?’ Toen zei ik hem dat ik verder ging. Alleen. En ja… dat was het wel.

Het was ergens wel een intrigerende ontmoeting geweest, maar toch ook weer zo vergeten. Tot aan vandaag. Want vandaag gebeurde er iets soortgelijks. Terwijl ik me door de stationshal van Utrecht Centraal een weg baande naar het perron, werd ik plotseling aangesproken. Of aangesprongen, beter nog. Deze jongeman was als een haas haastig voor mijn voeten beland. Trots vertelde hij dat-ie zojuist ‘random iemand had aangesproken’. En ik scheen de gelukkige. Mijn trein ging ik in ieder geval ongelukkig missen. ‘Weet je’, zei hij, ‘ik moet pas over een uur vertrekken en ik zoek wat vermaak, misschien dat jij daarvoor kunt zorgen? Ik vind je een leuke random stranger.’ Waarop ik antwoordde dat ik hém met name strange vond. Dit hele gebeuren eigenlijk. Maar hé, ik was blijven staan. En weet je waarom? Omdat ik nieuwsgierig was. Nieuwsgierig naar wat de jongeman in hemelsnaam bezielde mij aan te houden, aan te spreken en all inclusive mij een trein later te bezorgen. In een woordenwaterval vertelde hij mij wat het principe was, terwijl ik ondertussen mijn zakken controleerde op het nog steeds bezitten van mijn mobiele telefoon en portemonnee. Uiteindelijk was een gesprek dus waar het op neer kwam. Meneer was op zoek naar een leuk, gezellig gesprek. Een conversatie. Met mij. ‘En daarna.. misschien een drankje, wie weet?’ probeerde hij. Maar ik wist van niet. Daarop begon hij over zichzelf te vertellen. Over wat hij vandaag had gedaan. En wat bleek? Hij had banners ontworpen. Banners met Ninja Turtles erop. No kidding. Van die groene tekenfilmschildpadden, weet je wel. En ik miste mijn trein. Op de Turtles na heb ik overigens niets onthouden. Niets, behalve dat hij in het weekend ook Goede Doelen verkocht in de stad. ‘Als ik je op zaterdag had gesproken was je nu al lid geweest’ zei-ie. En ach, wie was ik om nu zijn ego te krenken. Tot slot vroeg hij me wat ik zoal deed, waarop ik gemakkelijk kon inhaken. ‘Ik schrijf columns’ vertelde ik ‘over dingen die ik zo nu en dan meemaak. Enig bezwaar als ik jou erin verwerk?’ Direct maakte hij weer zo’n hazensprong, maar dit keer naar achter. ‘Nee, nee, ik wil liever niet verwerkt worden!’ deinsde hij terug. Maar ik kon niets beloven. 

Want zeg nou zelf, lieve schat, als jij iemand random mag aanspreken, dan mag ik dat toch ook?

Nog geen reacties.

Geef een reactie