Held

Een houten bankje op een verlaten schoolplein. Daar zat ze; starend naar de gevallen bladeren op de grond. De flauwe novemberzon kon haar geen troost bieden. Haar oogleden waren zwaar geworden. Onverschillig schopte ze tegen een stapeltje eikenbladeren. Van onder de herfstgekleurde massa verscheen het dieprood dat op de tegel was aangebracht. Het lieveheersbeestje dat ook haar niet helpen kon.

Het briefje in haar hand was inmiddels vochtig geworden. Ze had het vaak opengevouwen om het dan vervolgens weer tussen haar vingers te kunnen verfrommelen. Maar ze kon nog zo venijnig in het papier knijpen… Ze kon er nog zo vaak op gaan staan, stampen, springen…  Al scheurde ze het in duizend stukjes; nooit zou het kunnen corresponderen met haar verscheurde hart.

Op het briefje stond een naam. Ze haatte die naam. De letters galmden door haar hoofd. Ze achtervolgden haar, overal. Vier letters die haar leven verpestten. Vier letters die haar uitscholden, vernederden, buitensloten. In de verte zag ze de jongen het schoolplein op komen. Er was inmiddels ook een groepje meisjes komen staan. Ze begonnen te giechelen toen de pestkop bij één van hen de tas afpakte. ‘Meisjes plagen, kusjes vragen!’, zongen ze luidkeels in koor. Zijn vrienden keken vol bewondering toe. Dat ‘ie dat durfde, bij het leukste meisje van de klas. ‘Wat een held ben jij!’, riepen ze hem toe. Als een held, zo werd de jongen door zijn klasgenoten bestempeld. Held. Ook vier letters, die de naam op het briefje deden vervagen.

Schoorvoetend had ze die dag het schoolplein verlaten. In de weken die volgden zou er weinig veranderen. Zij bleef het zwarte schaap van de klas; de loser. En dat terwijl de pestkop alsmaar heldhaftiger werd bevonden. In de klas was hij ‘the man’. Niemand wist dat hij stiekem bang was in het donker, onder de dekens kroop zodra het begon te onweren en dat hij als de dood was voor spinnen. Zijn stoerheid gebruikte hij om zijn zwaktes te verdoezelen en dat kon hij als de beste – ten koste van een ander.

Het was op 5 december, Sinterklaasdag. Er zou een surprise worden gehouden in de klas, daarvoor waren er lootjes getrokken. Alle kinderen zaten in een kring, in het midden lagen de cadeautjes verzameld. Bovenop de stapel lag een roze pakje. ‘Voor de held van de klas’, stond erop. Eén jongen voelde zich direct aangesproken en met de grootste ‘swag’ liep hij er recht op af. ‘Baas, maak open!’, riepen zijn vrienden. De meisjes keken vol bewondering. Ongeduldig trok hij het papier van het pakje, totdat er twee wollige exemplaren verschenen. Er zat ook een rijmpje bij.

‘Beste…., Sint en Piet hebben lang gezocht naar iets wat jou nog ontbrak, ze passen je vast met het grootste gemak. Lieve vriend je moet eens stoppen mij te fokken, want je bent inderdaad een held, maar dan op sokken.’

Nog geen reacties.

Geef een reactie